Cabernet Franc
Kleine broertje van de cabernet sauvignon en belangrijkste druif voor rode Loirewijnen. Kan in stijl variëren van lichte, fruitige zomerwijn tot zeer geconcentreerde 'bewaarwijn'. Gebaat bij goede rijpheid, want vooral in jaren met gebrekkige rijping zijn de wijnen snel herkenbaar aan een vegetaal accent dat doet denken aan groene paprika.
Cabernet franc is de druif voor het merendeel van de rode Loirewijnen, waaronder Anjou, Bourgueil, Chinon en Saumur-Champigny.
In Bordeaux speelt hij een discrete, maar niettemin belangrijke rol in assemblages met cabernet sauvignon en vooral met merlot op de rechteroever (Saint-Emilion, Pomerol, Fronsac etc.). De beroemde uitzondering op de regel dat cabernet franc een ondergeschikte rol speelt is de wijn van Château Cheval Blanc, die juist in meerderheid uit cabernet franc bestaat.
In het kielzog van de cabernet sauvignon en de merlot is de cabernet franc ver buiten Frankrijk terechtgekomen, hoofdzakelijk ter aanvulling van die twee, maar soms ook individueel gebotteld als cépagewijn.
Cabernet Sauvignon
De onbetwiste nummer 1 voor rode wijnen. Cabernetwijnen zijn normaliter herkenbaar aan hun uitgesproken aroma van zwarte bessen, ongeacht waar ze vandaan komen. Ze hebben in de regel veel kleur, terwijl ze in hun smaak behoorlijk veel fruit en de nodige tannines bieden. Bij overproductie of onvoldoende rijpheid maakt het fruit plaats voor een onaangenaam vegetale toon die aan groene paprika doet denken.
Cabernets zijn wijnen die zich lenen voor houtopvoeding en die lang kunnen rijpen. In hun jeugd kunnen ze door de tannines wat stug overkomen. Daarom worden ze vaak gemengd met 'zachtere' rassen zoals de merlot of de shiraz. Omgekeerd wordt cabernet sauvignon regelmatig gebruikt als aanvullende druif om de smaak van traditionele rassen in een bepaald gebied wat complexer te maken.
Cabernet sauvignon is een echte wereldburger, populair bij zowel producenten als consumenten. Hij wordt in een adem genoemd met Bordeaux, en dan in het bijzonder de gebieden op de linkeroever, Médoc en Graves. Hij krijgt daar overigens altijd aanvulling van merlot en meestal ook van cabernet franc.
Cabernet staat zo ongeveer overal in Europa aangeplant. In het Franse Zuiden (Vin de Pays d'Oc) en Zuidwesten, in Spanje, in Italië en in Midden- en Oost-Europa. Hetzij als hoofdras, hetzij als smaakverbeteraar.
Als echte wereldburger heeft de cabernet een solide reputatie opgebouwd in zijn Californië, met name in Napa. Chili en Australië produceren eveneens eersteklas Cabernets. Ook in andere 'nieuwe' wijnlanden zoals Zuid-Afrika en Argentinië neemt hij een prominente plaats in.
Gamay
De gamay noir à jus blanc, zoals de naam voluit is, is dé druif van de Beaujolais. Zijn voornaamste kenmerken zijn fruitigheid en elegantie. Hij geeft in de regel wijnen om jong te drinken, al kunnen de steviger crus uit de Beaujolais soms behoorlijk goed rijpen.
Behalve in de Beaujolais is de gamay o.a. aangeplant in de omgeving van Lyon, Savoie en in Touraine. Buiten Frankrijk slecht sporadisch te vinden.
Grenache
Voluit: grenache noir, want er is ook een grenache blanc en een grenache gris. In Spanje: garnacha. Typisch mediterraan ras, op grote schaal aangeplant in Noord- en Noordoost-Spanje (o.a. in Rioja, Penedès, Navarra) en in het Franse Zuiden. In de Languedoc, Roussillon en Zuid-Rhône (o.a. Châteauneuf) belangrijk bestanddeel van assemblages.
Grenache geeft wijn met behoorlijk veel alcohol, maar is erg gevoelig voor oxidatie. Sleutel voor kwaliteit is een lage opbrengst.
Grenachewijnen variëren in stijl van droge rosé tot zoete, bewust oxidatief gevinifieerde vin doux naturel, zoals Banyuls. Grenache heeft ook zijn weg gevonden naar Californië en Australië, waar hij in de regel deel uitmaakt van zogeheten Rhôneblends.
Merlot
De vaste partner van de cabernet sauvignon, maar wel heel anders van karakter. Minder tanninerijk, dus soepeler en makkelijker toegankelijk. Zoals merlot gebruikt wordt om de cabernet sauvignon wat te verzachten, zo wordt omgekeerd cabernet sauvignon gebruikt om merlot wat meer beet en ruggengraat te geven. Merlot hoeft niet per se te rijpen, maar de betere kan dat wel degelijk.
Merlot is de meest aangeplante druif in Bordeaux en hoofdingrediënt van beroemde wijnen als Pomerol, Saint-Emilion en Fronsac. Pétrus, een van Bordeaux' allergrootste en beroemdste wijnen, wordt bijna volledig van merlot gemaakt. Verder vormt hij de basis van eenvoudiger basiswijnen in de vorm van Bordeaux en Bordeaux Supérieur. Bovendien is hij in opmars in de Médoc. Een belangrijke reden voor deze toenemende populariteit is dat merlot eerder rijpt dan cabernet sauvignon en dus minder gevoelig is voor najaarsregen.
In het voetspoor van de cabernet heeft de merlot zich verspreid over de hele wereld. Sterker nog, merlot heeft inmiddels zijn eigen plaats gekregen. Een waar Europees merlotbolwerk buiten Bordeaux is Noord(oost) Italië, en dan met name Südtirol / Alto Adige. Hetzelfde geldt voor het kanton Ticino in Zwitserland.
De Nieuwe Wereld heeft zich evenmin onbetuigd gelaten bij het aanplanten ervan. Aanvankelijk gebeurde dat vooral om de merlot met de cabernet te mengen, nu om aan de al maar stijgende vraag naar dit type te voldoen. Merlot is tegenwoordig in vrijwel alle belangrijke wijnlanden te vinden.
Pinot Noir
Pinot noir lijkt in alles de tegenhanger van de cabernet sauvignon. Pinot noir staat voor subtiliteit, charme en soepel fruit. Vergeleken met de cabernet is hij over het algemeen rijker aan zuren en armer aan tannines. En, als het goed is, van een bijzondere puurheid.
Zeer kenmerkend voor pinot noir is zijn 'terroirgevoeligheid'. De kleinste nuanceverschillen in bodem en klimaat zijn al in de wijnen terug te proeven, te meer omdat pinot noir bijna altijd ongemengd blijft. Er valt dus niets te verdoezelen of te corrigeren. Pinot noir deelt deze eigenschap met zijn witte tegenhanger riesling.
Pinot noir heeft zijn faam in de eerste plaats te danken aan grote rode Bourgognes. Wijnen met een goede kleur, extract en zuiverheid in geur en smaak. De wijnen hebben zelden dezelfde intensiteit als die van cabernet sauvignon of syrah, maar dat pinot noir geen wijn met kleur en structuur zou kunnen geven is een fabeltje. Gebrek aan kleur en inhoud is eerder het gevolg van te hoge opbrengsten in de wijngaard en te korte inweking tijdens het wijnbereidingsproces.
Aangezien pinot noir erg kieskeurig is, om maar niet te zeggen een moeilijke druif, is zijn verspreiding niet onbeperkt. Hij gedijt alleen in relatief koele gebieden. Behalve de Bourgogne is dat in Frankrijk ook in de Champagne en dan met name in de Côte de Reims. Daar wordt pinot noir geassembleerd met de witte chardonnay en de pinot meunier. Hij zorgt voor een stevige, volle stijl champagne.
Maar er is meer. Pinot is ook thuis in Sancerre en de Elzas in Frankrijk. En in Valais in Zwitserland. Vergeet trouwens ook Duitsland niet. Pinot noir heet daar spätburgunder en levert er al maar meer volle, krachtige wijnen. Spätburgunders nieuwe stijl zijn te vinden in o.a. Baden, de Rheingau en zelfs in het noordelijke Ahrdal.
Syrah
Stoer, krachtig, geconcentreerd. Zie daar een paar typeringen voor syrah, alias shiraz. Kenmerkend zijn ook een diepe kleur, stevig fruit en de nodige kruidigheid. Geen makkelijke druif, maar wel een die wijnen met veel karakter geeft. Gedijt het best in een mediterrane omgeving op arme bodems en geeft wijnen die goed kunnen rijpen.
De benamingen 'syrah' en 'shiraz' worden losjes door elkaar gebruikt. Ze refereren in de regel aan verschillende smaak stijlen: de eerste is wat pittiger, de tweede wat fruitiger.
De wijnen kunnen zowel op zichzelf gebotteld als gemengd worden met andere druivenrassen. Zo'n assemblage is ofwel een Rhôneblend met o.a. grenache, ofwel een met cabernet sauvignon.
De syrah komt historisch gezien wellicht uit de omgeving van de Shiraz in Iran, maar zijn ware thuisbasis is de Noordelijke Rhône. Daar is hij te vinden in klassieke appellations als Hermitage, Côte-Rôtie, Cornas, evenals in Saint-Joseph en Crozes-Hermitage. Meer naar het zuiden, in bijvoorbeeld Gigondas, Châteauneuf en Vacqueyras, gebruikt men hem als aanvulling op de grenache. In de Languedoc en de Roussillon is de syrah in opmars, hetzij als onderdeel van assemblages, hetzij als onversneden gebotteld.
Behalve het Franse Zuiden is Australië een belangrijke syrahproducent. De druif heet daar overigens shiraz. Bovendien smaakt de wijn meestal anders dan de versies uit Frankrijk, minder pittig en meer 'jammy'. Australië's beroemdste wijn, de Grange - vroeger: Grange Hermitage! - is zo'n Shiraz. Wat je in Australië trouwens veel tegenkomt zijn assemblages van shiraz met cabernet sauvignon.
Shiraz/syrah is ook te vinden in Zuid-Afrika, Argentinië, Chili en Californië. De aanplant neemt daar sterk toe als gevolg van zijn populariteit bij zowel wijnmakers als wijndrinkers.
Tempranillo
Nationale druif van Spanje en daar bekend onder diverse namen, zoals cencibel, tinto del pais of ull de llebre. Aangeplant in streken als Rioja, Ribera del Duero, Valdepeñas, Navarra, Costers del Segre en langs de Middellandse Zeekust. Tempranillo dankt zijn naam aan het gegeven dat hij vroeg rijpt. Immers, temprano is Spaans voor 'vroeg'.
De druif produceert wijnen met veel kleur en structuur die goed op hout kunnen rijpen. Zijn zuurgraad is relatief laag, wat de toegankelijkheid ten goede komt. Tempranillo wordt zowel ongemengd als geassembleerd op de markt gebracht.
Ook in Portugal is tempranillo te vinden en daarmee een van de weinige Spaanse rassen in dat land. De Portugezen noemen hem overigens tinta roriz of aragonez. Buiten het Iberisch schiereiland is de druif alleen nog in Argentinië te vinden.
|